Davy de Wit Coaching & Advies

Ik heb de afgelopen week een masterclass mogen verzorgen voor studenten van de ArtEZ Popacademie (ArtEZ Conservatorium Enschede). Mijn masterclass ging over mijn basgitaar-studie aan het conservatorium in Hilversum, wat ik studeerde, hoe ik studeerde en waarom ik het op die manier had ingericht.

Als ik terugkijk was ik in mijn studententijd eigenlijk al zwaar bezig met het analyseren van processen om de efficiëntie te bevorderen, anders gezegd: gewenste resultaten te bereiken met zo weinig mogelijk energie omdat studeren (op zijn zachtst gezegd) in tegenstelling tot wat veel mensen denken niet mijn favoriete bezigheid was.

Vertrekpunten

4 kwadranten

Wat bepaalt mijn keuzes eigenlijk als ik speel?

I. Is dat mijn creativiteit? [“x”, geeft ons richting en maakt ons uniek]
II. gehoor? [auditief, spelen wat je hoort ipv horen wat je speelt]
III. kennis? [cognitief / visueel]
IV. technische mogelijkheden? [motorisch]

Wat houdt mij tegen in mijn spel?

I. creativiteit? [x]
II. gehoor? [auditief]
III. kennis? [cognitief / visueel]
IV. technische mogelijkheden? [motorisch]

Deze vragen maakten mij bewust van waar ik sterk in was en waar ik in moest investeren. Elk kwadrant heeft zijn voor- en nadelen, de kunst was voor mij om de juiste balans te vinden. 

Ik ben van nature een meer visueel / cognitieve speler en heb door doorontwikkelde solfègevaardigheden en vrijheid een betere balans gekregen.

Blauw: de eigenschappen
Rood: de consequenties
Groen: wat te oefenen

Het ontwikkelen van halskennis / overzicht op het instrument

Ik heb 5 minuten per dag halskennis gestudeerd, dit resulteerde uiteindelijk in een gewoonte om elke noot die ik speel tijdens het spelen te benoemen op basis van zowel de notennaam (absoluut / kennis) als de intervalnaam (relatief / klank).

Ik heb voor mijzelf ook een “toonladder doorvoer methodiek” ontwikkeld vanuit 3 principes:

  1. Sjablonen doorvoeren
  2. Principe van de dichtstbijzijnde grondtoon
  3. Structuur analyse

1. Sjablonen doorvoeren

Bij deze methode worden de toonladder structuren als sjabloon gezien, en gekopieerd en geplakt vanaf elke mogelijke zelfde grondtoon. Ik heb voor elke toonladder maar 1 patroon ingestudeerd.

2. Structuur analyse

Hierbij wordt de toonladder gezien als een structuur van hele- en halve tonen. Bij de majeur-toonladder zitten er alleen halve tonen tussen de 3 en de 4, en tussen de 7 en de 8. Bij de mineur-toonladder zitten er alleen halve tonen tussen de 2 en de 3 en tussen de 5 en de 6. Bij de dominant-toonladder zitten er alleen halve tonen tussen de 3 en de 4 en tussen de 6 en de 7. Deze gedachte hielp mij om de sjablonen in de verschillende posities te verbinden

3. Principe van de dichtstbijzijnde grondtoon

Bij dit principe worden gedeeltes van toonladder-sjablonen gevisualiseerd vanuit de op dat moment dichtstbijzijnde grondtoon; waardoor de toonladders in alle mogelijke posities en vingerzettingen gespeeld kunnen worden. De patronen lopen als het ware in elkaar over, ik leen het materiaal vanuit de verschillende plaatjes. Het voordeel van deze manier van denken is dat ik alle toonladders in alle mogelijke posities kan variëren en technische problemen kan overwinnen door andere posities te kiezen. Deze manier van denken maakt het voor anderen lastig om toonladderpatronen (vormen) te herkennen als ze mij zien spelen*

Voorbeelden:

*Voorbeeld (improvisatie)

Techniek

Soorten bewegingen isoleren

Ik begon bij het analyseren van mogelijke bewegingen van de vingers van de linker- en rechterhand en heb mij gefocused op het kunnen spelen van die variaties en niet op voorgedefinieerde licks. Als ik een lick instudeer ken ik uiteindelijk die lick, als ik mij focus op de mogelijke bewegingen kan ik ze allemaal spelen 🙂

Als je de vingers van de linkerhand (bij de fretten) bekijkt kun je per paar (bijvoorbeeld middelvinger / wijsvinger, ringvinger / middelvinger etc.) alleen van rechts naar links (2-1, 3-2, 4-3) of van links naar rechts (3-4, 2-3, 1-2), dit resulteerde voor mij in de volgende oefening:

[[: 2 1 3 2 4 3 3 4 2 3 1 2 :]]

De 3 en de 2 worden hierbij alleen dubbel belast, deze verdubbelingen heb ik er uit gehaald:

[[: 2 1 3 2 4 3 4 2 3 1 :]]

Deze oefening kan ook met de vingers om en om:

[[: 3 1 4 2 1 3 2 4 :]]

Ik speel met mijn “aanslag”hand met 3 vingers, daar had ik vanuit deze zelfde gedachte de volgende oefening voor:

[[: 2 1 3 2 3 1 :]]

Het spelen van willekeur

Techniek is voor mij persoonlijk simpelweg het vermogen om te kunnen spelen wat ik wil, om mijn vingers in staat stellen al mijn impulsieve instructies tijdens het improviseren te laten volgen.

Ik heb als eerder gemeld geen licks gestudeerd omdat deze door herhaling automatisme worden (pattern-player), je wordt dan “gevangene” van jouw eigen reflexmatig handelen en bent dan uiteindelijk op het podium niet maar aan het “spelen” maar enkel vertrouwde patronen aan het herhalen, ik noem dat “werken”.

Ik heb mijzelf aangeleerd om tijdens het studeren totaal willekeurige keuzes (zonder enige logica qua notenmateriaal incl. stringskipping) zo mooi mogelijk te spelen en dit op snelheid te krijgen. Ik heb mijzelf daarmee aangeleerd om mijn vingers op al mijn impulsen te laten reageren, de kans op herhaling was daarbij ook nihil.

Alle akkoorden schema

Om goed en bewust over akkoordenschema’s te kunnen soleren heb ik geen stukken of akkoordenschema’s gestudeerd (dat zijn vaak verzamelingen van goed klinkende progressies binnen de comfort-zone) maar ingezet op het ontwikkelen van het vermogen om over alle mogelijke akkoordvormen in 12 toonsoorten te spelen. 

Ik heb alle majeur, mineur, dominant, half verminderde, dim akkoorden e.d. in alle toonsoorten inclusief alle enharmonische varianties in 1 schema door elkaar gegooid zonder enig harmonisch verband en daarop leren improviseren door gebruikmaking van mijn “solo-stappenplan” (zie onder), van langzaam-bewust naar snel-intuïtief.

Omdat het akkoordenschema niet “klonk” was het voor mij niet mogelijk om vanuit intuitie / muzikaliteit, gehoor, spiergeheugen of vanuit mijn muzikaliteit te spelen en werd ik gedongen om mijn bewustzijn en overzicht te trainen (cognitief / visueel), buiten de comfort-zone viel de meeste winst te behalen.

Als ik nu een akkoordenschema zie is dat altijd een versimpelde, goedklinkende combinatie van alle onderdelen die ik dagelijks heb gestudeerd, zaken zijn door herhaling in de loop der jaren dusdanig geautomatiseerd dat ik er niet meer over na hoef te denken en vrij kan spelen. Deze manier van studeren was niet leuk (zeker niet voor mijn omgeving) maar wel effectief.

Solo stappenplan

Om structuur aan te brengen in het studeren van improvisatie en overzicht heb ik een solo stappenplan gemaakt:

Stap 1: Akkoordtonen

Doelen:

  • Vinden van de target notes
  • Verkennen en ervaren van de klank van die target notes
  1. Speel van alle akkoorden alleen de grondtoon
  2. Speel van alle akkoorden alleen de kwint (opbouw in volgorde van belangrijkheid voor een bassist)
  3. Speel van alle akkoorden alleen de terts
  4. Speel van alle akkoorden alleen de septiem

Stap 2: Arpeggio’s

Doelen:

  • Trainen van de akkoordlonen in combinatie
  • Verkennen van de klank van harmonieën
  1. Speel van alle akkoorden de 1 3 5 7

Om te leren niet alleen vanuit de grondtoon te denken ook in andere volgordes met als doel niet steeds bij het soleren te beginnen bij de grondtoon (ik noem dat het bassisten-syndroom: de nodige bevestiging van weten waar te beginnen leidt vaak tot het beginnen met het spelen van de grondtoon)

    2. 3 5 7 1
    3. 5 7 1 3
    4. 7 1 3 5

Stap 3: Akkoordtonen door elkaar

Doel:

  • Verder verkennen van de klanken

Stap 4: add vertragingen

Doel:

  • Verkennen van de noten met spanning

Stap 5: add leidtonen

Doel:

  • Verkennen van de noten met meer spanning
Stap 6: improvisatie met alles door elkaar

Afpak-methode

Als ik naar mijzelf of naar studenten luister maak ik altijd een sterkte – zwakte analyse op het gebied van melodie, ritme, harmonie, dynamiek, notenlengte, stiltes, frasering e.d. De “diagnose” gebruik ik bij het maken van opdrachten, ik focus daarbij op de zwaktes om de ontwikkeling te stimuleren door de sterktes “af te pakken”. Studenten die heel ritmisch zijn (en daarmee mogelijk een gebrek aan melodische kwaliteit compenseren) laat ik melodieën spelen in bijvoorbeeld alleen achtsten en iemand die heel melodisch is maar ritmisch minder sterk is laat ik improviseren met maximaal 2 noten. Om dit interessant te houden moet er meer worden geïnvesteerd in ritmiek, dynamiek en techniek, hiermee wordt het referentiekader en de (invloed van nieuwe) mogelijkheden opgerekt.

Mijn dagelijkse studieschema

Ik had een dagelijks studieschema (7 dagen per week) gemaakt van 1,5 uur. Saaier kon het niet maar ik leef(de) in de volledige overtuiging dat je alle onderdelen dagelijks moet “aanraken” om deze gelijkmatig te laten groeien, zoiets als elke dag de plantjes water geven. (Als je dat een keer in de maand zou doen met heel veel water krijg je overstromingen en dode plantjes).

Bij dit soort processen zie je sommige resultaten soms pas na maanden en soms zelfs na jaren terug, dat kan heel demotiverend werken. Ik had er gelukkig altijd het vertrouwen in dat je alles waar je in investeert terug krijgt. 

Gewoon volhouden dus, discipline en vertrouwen zijn hierbij de sleutel. Achteraf kan ik, ondanks dat ik nu geen bas meer speel, zeggen dat het de investering volledig waard was omdat het mijn vertrouwen heeft versterkt bij het bereiken van andere doelen.

Mijn schema

5 min metronoom tempo 40 (warming up / focus)

25 min. lezen:

  • 5 min. halskennis
  • 5 min. toonidentificatie
  • 5 min. ritmiek
  • 10 min. combinatie

10 min. vrije improvisatie (motorisch)
15 min. improvisatie gehoor (auditief)
20 min. alle akkoorden schema / solo stappenplan (visueel / cognitief)
15 min. techniek (motorisch) | voorwaarden bewustzijn

90 minuten


0 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: